Overslaan en naar de inhoud gaan
Elke ruimtelijke ontwikkeling gezond!

Adviespagina akkerbouw/kwekerijen

In Nederland wonen veel mensen dicht bij landbouwgronden. Op deze gronden worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt om ziekten en plagen te bestrijden. Vooral in de bollenteelt en in de fruitteelt is het gebruik hoog. Uit internationaal onderzoek komen aanwijzingen naar voren dat het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen gepaard kan gaan met gezondheidsschade bij mensen, al is niet duidelijk hoe groot het risico in de huidige Nederlandse landbouwpraktijk is.

Dit komt onder andere doordat er sprake is van een onnauwkeurige bepaling van de blootstelling, waardoor geen exacte dosis-respons relatie te bepalen is. De Gezondheidsraad concludeert wel dat vooral telers en hun gezinnen gemiddeld zwaarder worden blootgesteld dan mensen die niet in de landbouw werken en/of die verder weg wonen van landbouwpercelen.

Uitbreiding landbouwbedrijf

Wanneer een landbouwbedrijf wil uitbreiden moet rekening gehouden worden met het effect van milieufactoren op de gezondheid van omwonenden. Dit kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zijn, maar ook bijvoorbeeld geluid afkomstig van machines/ voertuigen kan tot hinder leiden. Omdat wettelijke normen de gezondheid niet altijd voldoende beschermen, gebruikt de GGD gezondheidskundige advieswaarden om zo de kans op gezondheidseffecten, inclusief hinder, voor omwonenden te beperken. Deze gezondheidskundige advieswaarden zijn veelal strenger dan de wettelijke normen.

Advieswaarden

  • De GGD adviseert te streven naar een zo laag mogelijke blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. Verschillende maatregelen kunnen helpen om blootstelling zo veel mogelijk te beperken:
      • Zet in op het zo min mogelijk gebruiken van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Kies bijvoorbeeld voor biologische teelt of biologische middelen.
      • Gebruik driftreducerende materialen.
      • Creëer een zo groot mogelijk afstand tussen landbouwgrond en woningen/ kwetsbare bestemmingen. Gezondheidskundig is het vooralsnog niet mogelijk aan te geven wat een veilige afstand is. De GGD adviseert daarom in nieuwe situaties uit voorzorg tenminste 50 meter afstand te houden tussen landbouwgrond en kwetsbare bestemmingen, hoewel deze afstand niet gezondheidskundig is onderbouwd. In jurisprudentie houdt deze afstand veelal stand. De afstanden kunnen ingevuld worden met teeltvrije zones of spuitvrije zones die een (extra) veiligheidsmarge bieden.
    • Er is geëxperimenteerd met verschillende vormen van perceelafscheiding en de invloed daarvan op de verwaaiing van gewasbeschermingsmiddelen (drift). Daaruit blijkt dat een haag of schutting de luchtstroom en dus de drift beïnvloedt. Het is niet duidelijk vastgesteld dat een haag of schutting effectief is als afscherming tegen bestrijdingsmiddelen tussen een landbouwperceel en een gevoelige bestemming. Naast drift speelt ook verdamping nog een rol bij blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen.
    • Tref maatregelen om de emissies van fijnstof (PM10 en PM2,5) en NO2 niet te laten toenemen. Kijk daarnaast naar de concentratie van deze stoffen op de nabijgelegen woningen en toets de concentraties aan de gezondheidskundige advieswaarden (PM10 = 15 µg/m3; PM2,5 = 5 µg/m3; NO= 10 µg/m3).
    • Zorg voor zo laag mogelijke geluidsbelasting op omliggende woningen/ kwetsbare bestemmingen. Uitgangspunt is dat het (cumulatieve) geluidsniveau afkomstig van wegen, spoor en bedrijven op de gevel van nabijgelegen woningen/ gevoelige bestemmingen onder de 50dB Lden blijft en dat de geluidsbelasting in de nacht onder de 40dB Lnight blijft. Tref bij voorkeur bronmaatregelen. Tref eventueel overdrachtsmaatregelen (zoals geluidschermen) of isolatiemaatregelen; doe dit altijd in afstemming met omwonenden/belanghebbenden. Lukt het niet om onder de genoemde advieswaarden te blijven, zorg dan voor tenminste één luwe zijde, waaraan bij voorkeur slaapvertrekken en buitenruimten zijn gelegen. Het geluidsniveau in woningen/ gevoelige bestemmingen als gevolg van externe geluidbronnen dient niet meer te bedragen dan 33dB Lden.
    • Als je mest gaat uitrijden en dit gepaard gaat met stank, waarschuw dan vooraf de omwonenden. Houd rekening met de weersomstandigheden.
    • Zorg voor een goede landschappelijke inpassing van het initiatief.

    Meer omgevingsdata?

    Bekijk hier de status van verschillende omgevingsfactoren (zoals luchtkwaliteit, geluid, sociale samenhang en gezondheidsbeleving) in de buurt van jouw ruimtelijke ontwikkeling!

    Ga naar de Brabantse Omgevingsscan (BrOS)